Tennis- en golferselleboog

Wat is het?

Aan de buitenkant van de elleboog zitten twee pezen die zorgen voor het strekken van de pols. De vier pezen aan de binnenkant dienen voor het plooien van de pols. Bij een tenniselleboog (epicondylitis lateralis) zijn de strekpezen ontstoken. Bij een golferselleboog (epicondylitis medialis) zijn de plooipezen ter hoogte van hun aanhechting op de elleboog ontstoken. Beide aandoeningen zijn een gevolg van overbelasting, al dan niet door het beoefenen van een sport. Vooral langdurige repetitieve (herhaaldelijk uitgevoerde) handelingen en gebruik van trillend gereedschap zijn de boosdoener.

Hoe vaak komt het voor?

Van de volwassen mannen en vrouwen krijgt jaarlijks 1,1 % de diagnose tenniselleboog, en 0,3 % de diagnose golferselleboog te horen. Slechts 5% van de mensen met een tenniselleboog zijn ook effectief tennissers.
Tenniselleboog komt even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Als je rookt, loop je meer risico om peesontstekingen aan de elleboog te ontwikkelen. Zwaarlijvigheid kan het ontstaan van een golferselleboog in de hand werken.

Hoe kun je het herkennen?

In geval van een tenniselleboog heb je pijn aan de buitenkant van de elleboog, vooral wanneer je de pols met gestrekte arm tegen weerstand omhoog beweegt. De pijn kan uitstralen naar boven, zelfs tot aan de schouder, of naar beneden in de onderarm tot in de middel- en de ringvinger. Bij een golferselleboog heb je pijn aan de binnenkant, vooral wanneer je de pols met gestrekte arm tegen weerstand omlaag beweegt. Meestal straalt de pijn niet uit. Een ontsteking van de strek- of buigpezen van de elleboog geeft soms ook krachtvermindering. De aandoening kan zo pijnlijk zijn dat je zelfs lichte voorwerpen zoals een koffiekan spontaan laat vallen of ze niet meer kunt optillen.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Je arts zal je vragen om je pols omhoog en omlaag te bewegen terwijl hij die beweging tegenhoudt. Hij zoekt ook pijnpunten op ter hoogte van de binnen- en buitenkant van de elleboog. Met deze eenvoudige onderzoeken is de diagnose doorgaans duidelijk. Technische onderzoeken zijn in principe niet nodig. Enkel bij vermoeden van een gelijktijdige scheur kan hij nog een echografie aanvragen.

Wat kun je zelf doen?

Peesontstekingen aan de elleboog genezen meestal spontaan binnen de 12 tot 18 maanden, zonder behandeling. Het is belangrijk om de uitlokkende beweging te herkennen en te vermijden. Dit volstaat doorgaans om de ontstekingsreactie spontaan te doen verdwijnen. In de meest acute fase kun je de pijn verminderen door heffen en grijpen te beperken. Soms kan een aanpassing van je houding op het werk of van je techniek bij het sporten al een oplossing geven.
Een kinesitherapeut kan de aandoening verlichten door ijsmassage en toepassen van dwarse fricties. Hij kan je overigens aanleren hoe je de pezen op een correcte manier stretcht. Het stretchen van de pezen is zinvol, maar de techniek is vrij moeilijk. Bovendien haalt het niets uit als je de rekoefeningen niet juist uitvoert. Je kunt je kinesitherapeut ook vragen om je elleboog te tapen of je kunt zelf een elleboogbandje dragen tijdens het sporten.

Wat kan je arts doen?

Van geen enkele behandeling is aangetoond dat ze een blijvend effect heeft. In de meest acute fase of tijdens opstoten van een chronische peesontsteking zal de arts je naar een kinesitherapeut doorverwijzen. Hij kan ook tijdelijk een ontstekingswerende crème voorschrijven. Ontstekingsremmers in pilvorm zijn niet aangewezen. Is er onvoldoende beterschap, dan zal hij in sommige gevallen een inspuiting met cortisone geven. Hoewel de klachten hiermee vrij snel verbeteren, zorgen ze op lange termijn voor een sneller herval. De behandelingen genezen de aandoening dus niet. De effecten van shockwave- en ultrasoundtherapie zijn onduidelijk. Ook een chirurgische ingreep biedt niet altijd een definitieve oplossing.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
Sims SE, Miller K, Elfar JC, Hammert WC. Non-surgical treatment of lateral epicondylitis: a systematic review of randomized controlled trials. Hand (NY) 2014;9(4):419-46.

Bron: http://www.gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/tennis-en-golferselleboog

Geplaatst:2015/02/28