Ken je de woorden van Calimero nog? “Zij zijn groot en ik is klein…
“Wat zou ik graag groter willen zijn” zei ik tegen mijn kleindochter die een heel stuk groter is dan ik. Zij keek mij verbaasd aan en zei:” Maar Moeke, klein zijn heeft ook heel wat voordelen”.

Ik vertelde haar dat ik, om iets uit mijn bovenste keukenkastjes te nemen, ik al een trapladdertje moest nemen. Als ik bijvoorbeeld naar een voorstelling of een optreden ga, moet ik er steeds voor zorgen dat ik vooraan sta of zeker niet achter een groter iemand ga zitten of ik heb niet veel gezien.
Dit gesprek liet mij inzien dat het eigenlijk met alles is in het leven. Je moet het namelijk zelf ervaren om werkelijk te weten hoe het voelt. Ook ziek zijn.
En toen dacht ik aan de woorden van Calimero: “Zij zijn groot en ik is klein”. En lezer, het laatste woord is geen grammaticale fout. Het is de veel gehoorde verzuchting in de tekenfilmserie van het kleine, zwarte kuikentje dat het niet fijn vindt om klein te zijn.
Bijsturen.
Vroeger, voor ik ziek was, begon mijn dag rond 5u30. Opstaan, de honden uitlaten en een toertje lopen met hen, douchen, ontbijt klaarmaken, kinderen wakker maken, naar school brengen en dan doorrijden naar het werk.
Mijn dagtaak eindigde rond 23u30. En na 7 uur rust begon de cirkel opnieuw. Het was mijn dagelijkse leven en ik vond het geweldig. Ik vond ook wel altijd ruimte in mijn drukke dagelijkse bezigheden om nieuwe dingen uit te proberen of om bijkomende opdrachten aan te nemen of om een nieuwe studie aan te vatten. Ik zag mij als een racewagen die door de dag racete.
En dan op korte termijn viel ik van het ene uiterste in het andere. Constante, knagende pijn kluisterde mij aan mijn bed en zetel. Ik deed bijna niets meer op een dag. De vergelijking met de racewagen ging niet meer op. Er waren dagen dat ik mij met de fiets als vervoermiddel kon vergelijken. Maar er waren dagen dat het niet mogelijk was om de vergelijking met een vervoermiddel te doen en dat ik al blij was dat ik alleen door de dag kon wandelen. En er waren dagen dat ik gewoon door de dag slenterde.
Er zat niets anders op dan bijsturingen te doen. Ik moest een inventaris maken van mijn dagelijkse bezigheden en die meer gaan verspreiden over de dag of over de week. Ik leerde ook bezigheden volledig af te voeren. En wat ik nog wel wilde en kon doen zou ik meer verspreiden door mijn dagen anders in te delen. Ik moest ook accepteren dat alles wat langzamer zou gaan.
Consequenter leven.
Waar had mijn reuma geen vat op?
Mijn kennis, mijn ervaring, mijn waarden, mijn interesses, mijn sterktes, mijn vaardigheden, mijn talenten.
Ik realiseerde mij dat ik consequenter moest zijn. Het voorbeeld dat ik dan geef is het feit dat ik zo moeilijk ‘neen’ kan zeggen. Weet je, alles interesseert mij en ik wil ook graag overal bij zijn. Dat ging nog onmogelijk. Dus in eerste instantie durven zeggen: “Sorry ik ga dat niet doen”. En ik kan u verzekeren dat dit niet eenvoudig is en ik liet mij nog regelmatig vangen om onmiddellijk ‘ja’ te zeggen. Zelfs nu, gebeurt het dat ik mij afvraag waarom ik iets niet geweigerd heb.
Maar ik heb mezelf aangeleerd om niet onmiddellijk te antwoorden. Ik denk na. Ik neem tijd om de vraag goed te overdenken. Soms tot grote ergernis van de vraagsteller. Dus heb ik geleerd om wat ‘lapsussen’ te gebruiken. Vb.: ‘Super interessante vraag die u mij hier stelt. Ik neem ze mee en ga ze overdenken’. Sommige mensen begrijpen mijn reactie niet zo goed en hebben zoiets van is dat nu een ja of een neen?
Ik moest mezelf toelaten om eens een steek te laten vallen. Weet je, ik wilde vroeger alles perfect doen. Elke avond na mijn werk een uitgebreide, gezonde en warme maaltijd voor mijn gezin op tafel zetten. En ik kan u verzekeren dat is veel werk en vergt energie en creativiteit.
Sinds ik ziek was gebeurde het regelmatig dat ik na mijn werk thuiskwam en gewoon in mijn zetel plofte. Gewoon uitgeteld. Als één van mijn gezinsleden voorzichtig informeerde wat we zouden eten die avond dan kon ik alleen voorstellen om een pizza te bestellen of wat frietjes te gaan halen. Geleidelijk aan begonnen mijn gezinsleden zelf wel iets klaar te maken en werd er op goede momenten wat meer gekookt om het dan te bewaren in de diepvries tot er zich weer eens een slecht moment aandiende.
In elk geval mijn kinderen hebben op die manier leren koken, lekker leren koken. Zo zie je maar dat: “Elk nadeel ‘heb’ zijn voordeel” (sic Johan Cruijff).
Evenwicht.

Als je jaren zelfstandig en zelfredzaam geweest bent, je eigen koers gevaren hebt, fier geweest bent op elke verwezenlijking die je bewerkstelligd hebt en je moet door een externe factor alles in vraag gaan stellen, dat doet wat met een mens.
Zoals ik hierboven schreef dat proces van afscheid nemen, rouwen en uiteindelijk een plaats geven vergt tijd en veel puzzelwerk.
Het komt erop neer om een nieuw evenwicht te zoeken. Je moet je afvragen wat ben ik verloren. Maar ook gaandeweg welke kracht heb ik nog zowel op lichamelijk als op metaal vlak. Als je je krachtmanagement in kaart gebracht hebt is het toch nuttig om eens te gaan kijken welke kracht er nog in je omgeving aanwezig is en waar je mag op leunen.
Mijn omgeving nam taken heel snel van mij over en soms, nog voor ik iets kon vragen, merkte ik al dat men discreet de problemen uitgeklaard had. Meer en meer ging ik aanleunen op de kracht die mijn gezinsleden hadden of die mijn onmiddellijke omgeving mij kon bieden.
Bewuster leven.
Ik ben veel bewuster gaan leven. Ik heb keuzes gemaakt. Ik ben gaan evalueren op belangrijkheid. Wat is op dit ogenblik belangrijk voor mij? Als ik op die vraag kon antwoorden dan hield dit in dat ik keuzes moest maken.
Elke activiteit die ik in mijn vroeger leven had geïnstalleerd ben ik gaan analyseren en vooral de mogelijkheden gaan onderzoeken of ik dit in mijn ‘ziek’ leven nog kon inplannen.
Mensen die chronisch ziek zijn worden geoefend in verlies en het zich aanpassen aan hun lot. Maar de veerkracht van mensen maakt dat zij snel op zoek gaan naar oplossingen. Zij gaan, met hun tekortkomingen, toch nog kwalitatief kunnen leven.
Wij RA-patiënten komen heel wat problemen tegen die gerelateerd zijn aan de neveneffecten van onze aandoening. Uiteindelijk proberen wij oplossingen te vinden.
Als wij dat alleen gaan doen is het een lange en soms zeer moeilijke weg die we moeten bewandelen en het is niet altijd zeker dat je het gestelde einddoel bereikt.
We moeten dat met kleine stappen proberen te doen en elke stap die we gezet hebben zal ons bewust maken dat het een lange weg wordt, maar dat het gaat lukken.
Dus moet je zelf kracht zoeken, alleen of met anderen, om terug recht te veren en om je leven terug in handen te nemen.
Met een dosis zelfrelativering kan je het eigen leven terug actief in eigen handen nemen.
Nelly

En ja, dan wordt de CaliMero in ons opeens CaliHero.

