Vlaams Patiëntenplatform: interview Frank Vandenbroucke.

Dit jaar mocht het VPP minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke, verwelkomen op zijn nieuwjaarsreceptie. In aanloop naar dat evenement voelden we hem aan de tand over welke accenten hij de komende jaren wil leggen met zijn beleid.   

VPP: De coronacrisis heeft een zware impact op het welzijn van heel wat mensen, maar zeker ook op mensen met een chronische aandoening. Zullen zij in 2021 opnieuw een normaler leven kunnen leiden?

Minister Vandenbroucke: “Mensen met een chronische ziekte zijn om meerdere reden vaak erg getroffen door de coronacrisis. Omdat ze kwetsbaar zijn, kunnen ze heel erg lijden onder zo’n epidemie. Maar zelfs als ze niet besmet worden, leidt dat tot heel veel ongerustheid, angst en bezorgdheid. Daar bovenop is het al twee keer gebeurd dat niet-dringende zorg werd uitgesteld door ziekenhuizen. We benoemen dat soms heel gemakkelijk als niet-dringende zorg, maar voor een aantal mensen is dat heel belangrijke zorg.

Ik herinner me een moedige getuigenis in de Zevende Dag van MS-patiënte, Anneke De Blende. Ze legde uit dat ze niet naar het MS Centrum in Melsbroek kon gaan. Ze zei: “Ik moet op dit moment niet naar Melsbroek gaan want het leven van mensen die daar nu liggen omwille van corona is acuut in gevaar. Ik offer mij op.” Ik hoop dat dit interview duidelijk maakt wat een verschrikkelijke opoffering dat is voor mensen met een chronische aandoening. En dat is maar één voorbeeld. Ik denk dat jullie zo talloze voorbeelden kennen.

Ik hoop dat we in 2021 de coronacrisis achter ons kunnen laten. Ik durf daar geen datum op plakken maar we moeten daar absoluut in slagen. Daarvoor moeten we solidair de moeilijke en vervelende maatregelen opvolgen en een uitgebreide vaccinatiecampagne voeren. Als we die twee combineren zullen we de coronacrisis dit jaar achter ons kunnen laten. Dat moet ervoor zorgen dat mensen met een chronisch ziekte kunnen terugkeren naar een normaler leven, zonder de coronadreiging.”

VPP: Het VPP ijvert al jaren voor een veralgemeende derde-betalersregeling bij de huisarts. In ons persbericht van september 2020 schaarden we ons achter het voorstel om deze ook te veralgemenen bij de kinesitherapeut en de tandarts. Komen er nieuwe initiatieven om de derde-betalersregeling te veralgemenen?

Minister Vandenbroucke: "Ik zou het wat breder willen bekijken. Toegankelijkheid via de derde-betalersregeling of via maatregelen zoals de maximumfactuur liggen me nauw aan het hart. Het is niet alleen belangrijk om fors meer te investeren in gezondheidszorg maar die investering moet ook zorgen voor meer toegankelijkheid. Ook andere belangrijke actoren zoals de zorgverstrekkers en de ziekenfondsen volgen die visie en dat zorgt voor een breed draagvlak. Onlangs publiceerde het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) ook een studie over de toegankelijkheid van zorg. Daarin staan bijvoorbeeld ook aanbevelingen over de derde-betalersregeling in de tandzorg. We hebben  dus wel heel wat materiaal om mee aan de slag te aan.

Er is stuurgroep actief rond ongelijke toegang tot de zorg. Hiervan verwacht ik concrete voorstellen. Maar ik denk dat de tijd rijp is om maatregelen te nemen rond financiële toegankelijkheid, derde-betalersregeling, enz. Alles is klaar om dit uit te rollen.”

VPP: Wat zijn volgens u de belangrijkste noden in de geestelijke gezondheidszorg?

Minister Vandenbroucke: “In het regeerakkoord zetten we sterk in op investeren in de geestelijke gezondheidszorg. Een geestelijke gezondheidszorg die zeer toegankelijk, laagdrempelig en makkelijk vindbaar is in de eerste lijn moet de eerste prioriteit zijn. Zodat je snel kan ingrijpen als mensen psychische problemen hebben. Daar is nog een ander aspect aan verbonden. We zouden het normaal moeten vinden dat iemand hulp zoekt bij psychologische problemen. Als je tandpijn hebt, ga je naar de tandarts. Als je je niet goed voelt is het normaal dat je hulp vraagt. Daar moet je niet mee wachten.

Natuurlijk kan een huisarts vandaag al een voorschrift schrijven als die merkt dat iemand psychologische ondersteuning nodig heeft. Maar de eerstelijnspsychologische hulpverlening is nog onvoldoende verweven met de rest van de eerste lijn zoals huisartspraktijken en is ook nog niet genoeg lokaal verankerd. Daarom willen we 112 miljoen euro van de 200 miljoen euro, die voorzien is voor de investering in de geestelijke gezondheidszorg, gebruiken voor geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn. Als je dat budget omzet in psychologische hulpverleners dan kom je uit aan meer dan 1900 extra voltijdse mensen.

We rollen dit momenteel uit en ik hoop dat dit in het voorjaar concreter zichtbaar zal worden. Ik weet dat dit voor veel mensen die het vandaag moeilijk hebben nog eindeloos veraf lijkt, maar dit vraagt tijd. Hoe we de rest van het budget voor geestelijke gezondheidszorg zullen investeren, moeten we in overleg met de sector verder bekijken.”

VPP: Welke rol ziet u voor ervaringsdeskundigen in de geestelijke gezondheidszorg?

Minister Vandenbroucke: “Ik heb schitterende herinneringen aan hoe we tijdens mijn vorige periode als minister van Volksgezondheid (1999-2003) ervaringsdeskundigen inzake armoede betrokken bij de uitwerking van het beleid rond toegankelijkheid van de zorg. Mensen die het zelf beleefd hadden, konden ons zeer goed vertellen: wat mankeert waar en wat zijn de praktische problemen. Ik trok daaruit de conclusie dat het belangrijk is om ervaringsdeskundigen te betrekken. Enerzijds om het beleid beter te maken maar ook omdat empowerment en participatie belangrijke doelstellingen zijn. Je moet mensen met een psychische kwetsbaarheid volop de kans geven om te participeren en burger te zijn zoals alle andere burgers.

Er zijn veel dimensies aan ervaringsdeskundigheid. Wat kunnen ze ons leren rond toegankelijkheid en kwaliteit? Kunnen ze hoop en perspectief bieden aan lotgenoten? Wat leren ze aan zorgverstrekkers en teams die mensen helpen? En hoe kunnen ze in de samenleving het stigma rond psychische problemen verder wegnemen?”        

VPP: De wet patiëntenrechten bestaat in 2022 20 jaar. Volgens het VPP is dit het uitgelezen moment om de wet te evalueren. Plant u initiatieven om de wet te optimaliseren?

Minister Vandenbroucke: “De twintigste verjaardag is een mooie aanleiding om die wet te vieren maar ook om die te herbekijken. Er zijn op die twintig jaar een aantal evoluties die belangrijk zijn. Mensen zijn mondiger geworden en informeren ze zich meer. Er is ook een technologische evolutie waardoor er heel veel digitaal gebeurt. Dat creëert mogelijkheden maar houdt ook risico’s in. We moeten bekijken of de wet kan gemoderniseerd worden. Die evaluatie wil ik graag samen met patiëntenorganisaties en andere betrokkenen doen. Dit kan een interessant traject worden voor de volgende jaren.”  

VPP: Ondanks het feit dat er in België verschillende initiatieven op het vlak van patiëntveiligheid genomen worden, is er nog veel ruimte voor verbetering. Zo bestaat er nog te weinig informatie over de frequentie, de soort en gevolgen van patiëntveiligheidsincidenten. Er is nood aan open disclosure en de werking van het Fonds voor de Medische Ongevallen zou geoptimaliseerd moeten worden. Hoe wil u tijdens deze legislatuur inzetten op patiëntveiligheid?

Minister Vandenbroucke: “In de vorige legislatuur is een grote werf opgestart, de kwaliteitswet. Die wet bevat een aantal handvaten om in te zetten op de veiligheid van de patiënt en de kwaliteit van de zorg. Het is een belangrijke prioriteit om die wet uit te voeren en we zullen er deze legislatuur zeker werk van maken.

Het Fonds voor de Medische Ongevallen (FMO) werkt vandaag niet zoals het zou moeten werken. Er is een tijdje geleden een PANO-reportage over geweest en die toonde aan dat er een aantal zeer schrijnende situaties waren die met het Fonds niet opgelost zijn geraakt. Het Fonds moet zeer grondig worden aangepakt. Ik heb na die reportage onmiddellijk gevraagd aan het FMO om een stand van zaken te geven en een plan van aanpak voor te stellen. Ik volg dat verder op met de mensen van het FMO. Ik vind dat slachtoffers van medische ongevallen niet zolang in de kou mogen blijven staan.”

VPP: Er is een grote nood aan een register voor zeldzame ziekten en aangeduide expertisecentra voor zeldzame ziekten. Zal dit aan bod komen bij de evaluatie van het Belgisch Plan Zeldzame Ziekten enerzijds en bij de hervorming van de ziekenhuizen anderzijds?

Minister Vandenbroucke: “Expertisecentra aanduiden voor zeldzame ziekten is belangrijk. Zeldzame ziekten zijn niet overal aanwezig en daarom moet je goed nadenken waar de expertise zit. Patiënten moeten ook weten waar ze best terecht kunnen voor een diagnose, behandeling of opvolging. We hebben gevraagd aan het Fonds Zeldzame Ziekten om de gebreken in de uitrol van het Plan Zeldzame Ziekten uit 2013 te identificeren en te kijken welke initiatieven er moeten genomen worden. Er is ook een verband met de hervorming van het ziekenhuislandschap. Daarom moeten we de voorstellen van het Fonds Zeldzame Ziekten bekijken in het kader van de ziekenhuishervorming.

Het RIZIV en Sciensano sloten onlangs een overeenkomst over het register voor zeldzame ziekten. Dat moet een impuls geven aan de verdere ontwikkeling van dat register.”

VPP: Vervoer tussen ziekenhuizen leidt zeer vaak tot heel hoge en onverwachte facturen voor de patiënt. Wordt er bekeken hoe dit vervoer betaalbaar kan gemaakt worden?

Minister Vandenbroucke: “We zijn ons bewust van het probleem dankzij de bevraging die jullie organiseerden. Bovendien mag de patiënt niet de dupe zijn van het feit dat we ziekenhuizen beter willen laten samenwerken. We zullen kijken hoe we het vervoer tussen ziekenhuizen beter kunnen regelen zodat er meer tariefzekerheid komt en het betaalbaar blijft voor patiënten. We zitten binnenkort samen met de ziekenfondsen en patiëntenorganisaties om dit verder uit te klaren.” 

VPP: Wat wenst u mensen met een chronische aandoening toe voor 2021?

Minister Vandenbroucke: “Ik zou ze willen toewensen dat ze een jaar beleven met zo weinig mogelijk zorgen, zo weinig mogelijk pijn en dat we samen het vreselijke verhaal van COVID-19 achter ons kunnen laten. Ik hoop dat mensen er de moed in houden en dat mensen met een chronische aandoening zelf het stuur in handen kunnen nemen. Ook al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik denk dat we als samenleving een verantwoordelijkheid hebben om corona terug te dringen door solidair te zijn, zeker voor kwetsbare mensen. En dat er zo licht mag zijn aan het einde van de tunnel.”

Bron: Vlaams Patiëntenplatform. 

Geplaatst op: 
Vrijdag, 29 januari, 2021 - 11:18